Verjaardag

Op de gesloten afdeling ziet Koen een verjaardagskalender hangen.

Februari heeft drie doorgestreepte namen en op de negenentwintigste de enige niet doorgestreepte naam, Margaret. Ze is over precies een maand jarig, haar eerste verjaardag in vier jaar. Wie Margaret ook is, ze staat nu voor de rest van mijn leven in een van de oudste vertrekken van mijn cijferpaleis, een ronde torenkamer met uitzicht in alle windrichtingen. Van buiten lijkt de torenkamer op een slagroomtaart vol fleurige verjaardagskaarsjes.

Iets voor mijn derde verjaardag ontdekte ik het begrip datum. Tot die tijd waren verjaardagen iets geheimzinnigs. Hoe weet je wanneer je jarig bent? De uitleg ‘op de dag dat je geboren bent’, hielp me niet verder. Oom Frank wel.

‘Kijk,’ zei hij naast me op de bank, ‘dit is een verjaardagskalender.’

Oom Frank legde uit van de maanden, weken en dagen. Meteen maakte ik een kalender in mijn hoofd. Ik vroeg wat zijn verjaardag was en zette die in de kalender. Ik vroeg hetzelfde aan papa en mama en aan iedereen die ik tegenkwam. Op verjaardagsfeestjes wist ik dus precies wanneer iedereen jarig was en dan klapten de mensen van verbazing. Daar snapte ik niets van, dat hadden ze me tenslotte zelf verteld.

Ondertussen zitten er honderden verjaardagen in de taarttorenkamer. Elke ochtend kijk ik even wie er jarig is. Er zijn nog maar negen dagen waarop helemaal niemand jarig is. Nee, nu zijn het er acht. Margaret vult een lege dag met haar verjaardag. Bijzonder, want de laatste keer dat ik een lege dag vulde, was Annes geboortedag. Op die dag stond al wel een doorgestreepte naam. Ooit was het oom Franks verjaardag geweest.

Fragment uit Het Cijferpaleis, een psychologische roman over anorexia, neurodivergentie en de gesloten jeugdzorg.